Op alle scholen binnen Stichting VCO wordt gewerkt aan passend onderwijs. Onze organisatie is op inclusiegericht, wat betekent dat we zoeken naar mogelijkheden om elk kind te ondersteunen op de eigen school of met hulp van anderen en soms op een andere plek. Hieronder wordt toegelicht wat passend onderwijs is, wat we bedoelen met inclusief onderwijs en hoe de ondersteuning op de scholen is ingericht. 

Wat is passend onderwijs? 

Met passend onderwijs bedoelen we dat elk kind in de wijk, stad of regio waar hij of zij woont, het onderwijs krijgt dat bij hem of haar past. Met de regio bedoelen wij het samenwerkingsverband waar wij bij zijn aangesloten. Voor Stichting VCO is dat Zeeluwe: de regio Harderwijk, Zeewolde, Nijkerk, Elburg, Epe, Nunspeet, Putten en Ermelo. De meeste kinderen kunnen de lessen op school goed volgen. Maar niet ieder kind is hetzelfde. Sommige kinderen hebben extra ondersteuning of begeleiding nodig. Scholen kunnen vaak zelf al veel ondersteuning bieden. Soms organiseren scholen extra ondersteuning met hulp van onze partners of met hulp van de stichting (het bestuur). In onze stichting werken diverse experts die scholen kunnen ondersteunen, denk aan een orthopedagoog en psycholoog.  

 

Soms heeft een leerling meer ondersteuning nodig dat de school met hun partners kan bieden. Dat bespreekt de school met de ouders van de leerling. Binnen ons samenwerkingsverband is de afspraak dat we dan ook contact leggen met het Harderwijks Expertise Team (HET) om ook met hen te overleggen wat nodig is. Het HET is een bovenbestuurlijk team, dat alle scholen in Harderwijk ondersteunt bij vragen over ondersteuning of passend onderwijs aan kinderen. Het samenwerkingsverband Zeeluwe is voor de scholen en voor ouders altijd beschikbaar voor vragen. 

Wat in inclusief onderwijs? 

De landelijke overheid streeft ernaar dat in 2035 alle scholen inclusief onderwijs bieden. Ook in Harderwijk zijn we al bezig met de ontwikkeling naar inclusiever onderwijs. Stichting VCO heeft als speerpunt dat de organisatie van ons onderwijs op inclusiegericht is. Inclusief onderwijs betekent voor ons dat we er vanuit gaan dat er altijd kinderen zijn die extra ondersteuning nodig hebben voor gedrag, leren of andere zaken. Om te zorgen dat kinderen op onze school kunnen blijven, willen we daar beter in worden. Wij versterken de komende jaren onze expertise en ook onze samenwerking met bijvoorbeeld gespecialiseerd onderwijs, jeugdzorg en andere partners. Zo zorgen we ervoor dat steeds meer kinderen ook op onze scholen de ondersteuning kunnen krijgen zoals in het speciaal (basis) onderwijs. Kinderen leren zo beter, hebben meer oog voor diversiteit, minder reistijd en meer sociale contacten. 

Ondersteuning 

Alle scholen binnen Stichting VCO beschrijven in hun schoolgidsen hoe het onderwijs op hun school eruit ziet en welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn. Soms heeft een kind extra hulp nodig om goed te kunnen leren of ontwikkelen. Die extra hulp noemen we ondersteuning. Ondersteuning kan van alles zijn. Denk bijvoorbeeld aan: 

  • Een aangepaste opdracht of ander leermateriaal; 
  • Extra uitleg in een klein groepje’ 
  • Meer tijd om te oefenen; 
  • Hulp van een specialist, zoals een logopedist of gedragskundige. 

Misschien maak je je als ouder wel eens zorgen. Dan wil je natuurlijk weten: Wat doet de school dan? Daarover hebben we binnen Stichting VCO afspraken gemaakt over wat we basisondersteuning noemen en wat we extra ondersteuning noemen.  

De basisondersteuning, zoals dit heet, is ondersteuning die alle scholen in Harderwijk en omgeving moeten kunnen bieden. Deze scholen werken samen in het Samenwerkingsverband Zeeluwe (www.zeeluwe.nl). Zeeluwe heeft met alle besturen in Harderwijk en omgeving afgesproken wat basisondersteuning is en wat we doen als een kind meer hulp nodig heeft. Als een kind meer nodig heeft noemen we dat extra ondersteuning. De meeste hulp kunnen scholen prima zelf bieden. Niet elke school kan dezelfde extra ondersteuning bieden, daarom beschrijft elke school in de eigen schoolgids wat zij precies kan bieden.  

De basisondersteuning op de scholen binnen het samenwerkingsverband betekent vooral dat we gestructureerd en planmatig samenwerken om een kind zo goed mogelijk te ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling. Dat noemen we handelingsgericht werken (HGW). 

Handelingsgericht werken betekent dat op de scholen gestructureerd wordt samengewerkt. De school stelt duidelijke doelen voor elk kind en past daar het handelen op aan. De onderwijsbehoeften van het kind zijn leidend en er wordt ook gekeken naar de wisselwerking tussen het kind, de leraar, de klas en de omgeving. Na een periode van werken aan doelen evalueert de school hoe het is gegaan.  

Binnen HGW onderscheiden we vijf niveaus van ondersteuning, hoe hoger het niveau van ondersteuning, hoe meer ondersteuning en overleg er nodig is voor het kind en de leerkracht.  

We starten altijd met wat het kind nodig heeft binnen de klas. Als dat niet voldoende blijkt, is extra hulp beschikbaar, bijvoorbeeld van de intern begeleider of van een orthopedagoog of psycholoog van de stichting of een externe deskundige. Elk niveau bouwt verder op de vorige ondersteuning. Dus als een kind al ondersteuning had in niveau 2, wordt dat vastgehouden en wordt ondersteuning uit niveau 3 toegevoegd. Scholen kijken goed naar wat een kind nodig heeft en geven steeds een beetje meer ondersteuning als dat nodig is. 

 

Ondersteuningsniveau 1 t/m 3 noemen we de basisondersteuning.  

Ondersteuningsniveau 1 is een sterk basisaanbod. Dit krijgen alle kinderen. Het betekent dat de school zorgt voor goed onderwijs.  Er is structuur, rust en veiligheid en er worden goede lessen gegeven. Ieder kind wordt gevolgd in de ontwikkeling en die ontwikkeling wordt besproken met het kind en met ouder(s) of verzorger(s).  

Ondersteuningsniveau 2 is extra aandacht binnen de klas (intensivering). Soms heeft een kind meer ondersteuning nodig dan het basisaanbod biedt. Bijvoorbeeld verlengde instructie of extra uitleg, meer herhaling van de lesstof, een ander soort instructie of extra oefening. 

Ondersteuningsniveau 3 is de inzet van een planmatige interventie. Dat kan gaan om problemen met leren, een ontwikkelingsvoorsprong, kenmerken van hoogbegaafdheid, gedrags- of sociaal-emotionele uitdagingen of fysieke beperkingen. De begeleiding vindt meestal plaats in kleine groepjes, soms buiten de klas. Hierbij wordt de school waar nodig ondersteund door interne of externe deskundigen. 

Ondersteuningsniveau 4 en 5 is formeel ‘extra ondersteuning’, dit is ondersteuning die veel intensiever is vormgegeven. 

Ondersteuningsniveau 4 gaat over intensivering van de interventies op de school met ondersteuning van een externe specialist, bijvoorbeeld vanuit het bestuur. De school kan dan hulp inschakelen van buiten de klas of buiten het schoolteam. Vaak gebeurt dit in overleg met de orthopedagoog of psycholoog van de stichting. Denk bijvoorbeeld aan dyslexiebehandeling, speltherapie of logopedie of de inzet van het Harderwijks expertiseteam. Voor deze kinderen wordt een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) opgesteld. De ondersteuning kan één op één (individueel) plaatsvinden of in een klein groepje en blijft waar mogelijk op de eigen school.  

Het OPP is een plan dat de doelen voor de leerling beschrijft en welke ondersteuning nodig is om dat te bereiken. In het OPP wordt vastgelegd wie wat doet, waarom, hoe, met welk doel en wanneer. De afspraken in het OPP kunnen verschillen per kind. Soms kan de ondersteuning licht en tijdelijk zijn, soms is het intensiever of structureel.  

Zowel de ouder als het kind mogen meepraten over de extra hulp of ondersteuning die de school aan het kind willen bieden. Dit noemen we hoorrecht. Ouders worden altijd betrokken bij het plan in een op overeenstemming gericht overleg (OOGO). Zowel de mening van het kind als van de ouders wordt vastgelegd. Ouders geven ook hun instemming voor het plan.  

Soms lukt het niet om het samen eens te worden, dan kan de school adviseren om een onafhankelijke deskundige mee te laten denken. Bijvoorbeeld een onderwijsconsulent, een medewerker van de stichting of een medewerker van het samenwerkingsverband. 

Bij ondersteuningsniveau 5 gaan we verder kijken. De school kan de ondersteuning niet voldoende vormgeven. Samen met ouders wordt gezocht welke andere school het wel kan. Dit kan een reguliere school zijn of een school voor gespecialiseerd onderwijs, zoals De Springplank of De Verschoorschool. Voor gespecialiseerd onderwijs is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig. Deze wordt aangevraagd volgens een vaste procedure bij het samenwerkingsverband.